Geluidsisolatie eisen voor woningen volgens het BBL
Goede geluidsisolatie is essentieel voor wooncomfort. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt duidelijke eisen aan de geluidwering van woningen, zowel tussen woningen onderling als van buiten naar binnen.
Luchtgeluidisolatie tussen woningen
De geluidwering voor luchtgeluid tussen twee woningen moet bij nieuwbouw minimaal een bepaalde waarde halen uitgedrukt in het karakteristieke luchtgeluidniveauverschil (DnT,A,k). Voor aangrenzende woningen geldt een minimale waarde van 52 dB. Dit betekent dat normaal spreekvolume in de ene woning niet of nauwelijks hoorbaar mag zijn in de andere. Bij bestaande bouw geldt een lagere grenswaarde.
Contactgeluidisolatie
Naast luchtgeluid stelt het BBL ook eisen aan contactgeluidisolatie, uitgedrukt in het gewogen contactgeluidniveau (LnT,A). Bij nieuwbouw mag het contactgeluidniveau in een aangrenzende woning maximaal 54 dB bedragen. Contactgeluid ontstaat door lopen, springen of het verplaatsen van meubels. Een goede vloeropbouw met zwevende dekvloer is vaak nodig om aan deze eis te voldoen.
Geluid van installaties
Technische installaties zoals liften, ventilatiesystemen en verwarmingsinstallaties mogen niet te veel geluid produceren in aangrenzende woningen. Het BBL stelt een maximaal geluidsniveau vast dat deze installaties mogen veroorzaken. Dit is vooral relevant bij appartementencomplexen waar gemeenschappelijke installaties nabij woningen zijn geplaatst.
Geluidwering van de gevel
De gevel van een woning moet voldoende geluid weren van buitenaf. De vereiste geluidwering is afhankelijk van de geluidsbelasting op de gevel, die volgt uit het omgevingsplan. Bij een hogere geluidsbelasting (bijvoorbeeld nabij een snelweg) gelden strengere eisen aan de gevelisolatie. Het BBL schrijft een minimale karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie voor.