Toegankelijkheid van gebouwen: BBL-eisen
Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt eisen aan de toegankelijkheid van gebouwen, zodat deze bruikbaar zijn voor mensen met een beperking. Deze eisen zijn vooral relevant bij nieuwbouw van publiek toegankelijke gebouwen en woongebouwen.
Toegankelijkheidssector
Het BBL introduceert het begrip 'toegankelijkheidssector': een deel van het gebouw dat zonder trappen bereikbaar is vanaf de hoofdtoegang. Bij woonfuncties in een woongebouw moeten gemeenschappelijke verkeersruimten toegankelijk zijn voor personen met een functiebeperking. Dit betekent onder meer voldoende brede gangen en deuren, geen drempels of hoogteverschillen, en bij meerdere bouwlagen een lift.
Deurbreedtes en drempels
Deuren in de toegankelijkheidssector moeten een minimale vrije doorgang hebben van 0,85 meter. Drempels mogen maximaal 20 mm hoog zijn. Deze eisen gelden voor alle deuren die onderdeel zijn van de route van de hoofdtoegang naar de toegankelijke woning of ruimte. Bij bestaande bouw gelden ruimere toleranties, maar bij verbouw moet je streven naar de nieuwbouweisen.
Lifteisen
Een lift is verplicht in woongebouwen waarbij woningen boven een bepaalde hoogte liggen. De lift moet minimaal geschikt zijn voor een rolstoel. De minimale kooimaat is 1,05 × 1,35 meter, zodat een rolstoelgebruiker met begeleider de lift kan gebruiken. De liftdeuren moeten minimaal 0,85 meter breed zijn.
Publiek toegankelijke gebouwen
Voor publiek toegankelijke gebouwen zoals winkels, kantoren en horecagelegenheden gelden strengere toegankelijkheidseisen. De route van de openbare weg tot en met de toegankelijke ruimten moet volledig rolstoeltoegankelijk zijn. Dit omvat ook aanpassingen aan parkeerplaatsen, hellingbanen en sanitaire voorzieningen.